vrijdag 3 april 2015

Wat is de toekomst in mijn eigen sector? (interview)





Wij hebben ervoor gekozen om het interview te doen met drie collega's van de opleiding verpleegkunde van Zuyd. Wij zitten niet bij elkaar in een leergroep, dit heeft gezorgd voor veel diversiteit in het gesprek en verschillende perspectieven op hetzelfde idee (het scenario).

Als eerste hebben wij allen ons scenario toegelicht, hierin viel op dat er veel overeenkomsten waren: de open leeromgevingen, geen vaste opleidingsduur, leven lang leren. In de back casting, dus hoe zijn deze scenario's tot stand gekomen, zijn er echter wel verschillen. Jeanny schetste een beeld waarin men van totale individualisering en leren op afstand in 2025 weer terug komt naar het samenwerken en leren van elkaar in 2030. De link die door zowel Jeanny als Frank wordt gelegd naar de theorie van Biesta over socialiseren, kwalificeren, subjectiveren, lijkt prima aan te sluiten op de kern van onze scenario's. Waarin er een balans moet worden gevonden tussen de drie thema's en het niet meer gaat om alleen af te rekenen in diploma's. Voor mijzelf een prima leermoment, waarna ik de theorie van Biesta er voor mezelf op heb nageslagen.

In ons gesprek is het duidelijk dat we de conclusie kunnen trekken dat onze omgeving, die van Zuyd een klimaat bevat waar er gewerkt wordt aan de toekomst, allen zijn we van mening dat binnen het Hbo vaak een cultuur heerst waar men bezig is met de toekomst en het werkveld, men leidt immers direct op voor het werkveld. Een aantekening hierbij in onze sector is dat we ons zorgen maken om het feit hoe het een en ander naar de praktijk toeuitgelygd moet worden. De werkvloer van de zorg is wellicht nog niet toe aan een HBO-professional, hoe kunnen we dit dichterbij brengen?

Binnen het HBO en dan specifiek verpleegkunde wordt er veel naar de maatschappelijke trends en ontwikkelingen gekeken. Vergrijzing, technologie in de zorg, participatie maatschappij en autonomie van de patiënt worden direct in het onderwijs verweven.

Leerlingen perspectief: Voor de leerlingen zal de innovatie in leren veel onzekerheden met zich meebrengen, er zijn immers geen vaste opleidingsduur, geen diploma's als zodanig. Belangrijk is het om studenten duidelijk te maken wat er voor hun aan meerwaarde in zit, profatibility: wat is voor de student de winst. Dit kan bijvoorbeeld zijn: eigen tempo leren, meer mogelijkheden in samenstellen van het leerpallet, aan zichzelf werken in een groep kan ook veel voldoening opleveren enz..Docentenperspectief: De docent dient een innovator of een early adapter te zijn, in ieder geval open te staan voor de ontwikkelingen en in staat zijn de randvoorwaarden te creëren voor de student om te kunnen leren. Het verder professionaliseren van de docent zelf dient ook een hoog doel te zijn, de onderwijzer is immers het vliegwiel van de onderwijs organisatie.

Organisatieperspectief: Het creëren van een omgeving waar dit scenario kan ontstaan en waar er open leeromgevingen zijn die uitdagen en die ervoor zorgen dat er volop mogelijkheden zijn in het gebruik van nieuwe media. Het uitdragen van de visie en het doel om een lerende organisatie te zijn

Biesta. G.J.J. (2014). The beautiful risk of education. Boulder, Co: Paradigm Publishers.
Biesta, G.J.J. (2012). Goed onderwijs en de cultuur van het meten. Den Haag: Boom/Lemma.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten