dinsdag 31 maart 2015

Werken aan quest 4!

We zijn volop bezig met quest 4a, wat een leuke ideeen komen ter tafel en de samenwerking loopt top. Hoe zie ik mijn eigen aandeel in dit proces? Ik merk dat ik het leuk vind om te doen en actief mee te denken. We hebben constructieve discussies die leiden tot goede plannen. Ik heb geen moeite met mezelf te laten zien in een groep. De sfeer in onze groep is ook heel vertrouwd wat er voor zorgt dat het makkelijk is om jezelf te laten horen.

vrijdag 20 maart 2015

collega's inspireren


Het allerleukst van een master volgen is geïnspireerd worden om beter onderwijs te gaan "maken". Nog leuker is het inspireren van collega's en wat een leuke reacties krijg je hierop!


MAil aan collega's van Zuyd:
 
Beste collega's,

In het kader van inspiratie opdoen voor het nieuwe curriculum, wil ik graag het volgende filmpje met jullie delen. Het is een uitzending van tegenlicht van de VPRO "de onderwijzer aan de macht".

http://www.npo.nl/vpro-tegenlicht/01-02-2015/VPWON_1232873


In deze uitzending zie je ook het VMBO "nikkee" in Roermond, hier zijn wij onlangs op bezoek geweest in het kader van de master. Het bezoeken van deze innovatieve school bracht ontzettend veel inspiratie, het loslaten van vaste patronen kan zoveel mooie dingen veroorzaken in het onderwijs.

Verder is er een aanbod van de open universiteit om een kijkje te gaan nemen in hun keuken, zij hebben een nieuwe master ontwikkeld gebaseerd op nieuwe media en innovatief onderwijs. Wellicht kunnen we samen met een groepje geïnteresseerden hier gaan kijken en geïnspireerd worden.
Ik hoor het graag van jullie, bij de koffie automaat :-)

Hartelijke groet

Mamette

zaterdag 7 maart 2015

Quest 3 SWOT

Aan de hand van het onderstaand scenario heb ik een SWOT gemaakt voor mijn eigen organisatie. Ik heb kritisch gekeken naar mijn eigen organisatie (verpleegkunde van Zuyd Hogeschool verder te noemen HBO-V), om te kijken wat de kansen, bedreigingen, zwakten en sterkten waren. Het scenario is het eerste scenario van de gezamenlijke queut 2. De beschreven kansen, bedreigingen, sterkten en zwakten zijn gebaseerd op het onderwijs zoals nu beschreven in het curriculum en met de achterliggende visie van de hbo-V (Schoot, 2011).

Scenario: Zelfsturende professional

Nu, in 2030, is leren niet meer gekoppeld aan een bepaalde fase in het leven, maar is sprake van leven lang leren (Rijksoverheid, 2014). Vanaf de basisschool is een digitaal portfolio voor elke leerling gemeengoed geworden. Het is een weergave van het individuele leertraject met vooral aandacht voor de eigen talentontwikkeling. De 21st century skills zijn binnen de verschillende curricula inmiddels volledig ingebed. Deze vaardigheden bereiden de toekomstige werknemer voor op een flexibele arbeidsmarkt (Onderwijsraad, 2014). Dit betekent dat sprake is van brede opleidingen en specialisaties pas in een latere fase op de werkplek plaatsvinden. Formeel en informeel leren lopen hierbij in elkaar over (Arets, 2009). De lerende geeft zelf sturing aan zijn leerproces (Kessels, 2013). De docent is de coach en helpt de lerende met name in het primair onderwijs bij deze zelfsturing . Klaslokalen zijn vervangen door open ruimten, waar leerlingen ieder hun eigen leerweg inrichten. Maar ook is gebleken dat de werkomgeving een aantrekkelijke leeromgeving is voor de jonge lerenden (Kessels, 2013). In het vervolgonderwijs maken nieuwe media het mogelijk dat de lerende zelf bepaalt hoe, wat en waar hij leert. In tegenstelling tot het begin van deze eeuw kennen de verschillende stromingen in het onderwijs geen vaste studieduur meer (Vandenbosch, 2014). Dit doet recht aan de individuele leertrajecten. Ondersteuning door docenten vindt vraaggericht plaats. Deze docenten zijn master opgeleid, kennen voldoende autonomie en maken gebruik van hun professionele ruimte. Het digitale contact zorgt samen met het leren op de werkplek dat er minder schoolgebouwen zijn. Grenzen vervagen en wereldwijd kan de kennis gehaald worden of deelgenomen worden aan onderwijs. Diploma’s zijn overbodig, immers het digitale portfolio is een weergave van de opgedane kennis, vaardigheden en verworven competenties. Ondanks dat de lerende sterk gericht is op zijn eigen ontwikkeling dient hij in staat te zijn tot samenwerking en een juiste communicatie binnen de dynamische maatschappij.

Strengths / Sterkten

De interne sterke punten HBO-V van Zuyd Hogeschool zijn:
Een sterk punt binnen de HBO-V van Zuyd is dat er al wordt gewerkt met portfolio's van de individuele student. er wordt gewerkt met een vaste structuur welke documenten geplaatst kunnen worden in het portfolio. Zowel studenten als docenten kunnen documenten plaatsen in het portfolio. De student beheert het portfolio, dit principe berust ook op het feit dat de student zelf verantwoordelijk is voor zijn studie. De examenstukken (cijferlijsten, stagebeoordelingen enz.) worden ook nog apart gearchiveerd.
Binnen de HBO-V zijn er vele varianten (voltijd, deeltijd, verkort, duaal, specialisaties), dit zorgt ervoor dat de individuele student een variant kan kiezen wat bij hem of haar past. Het personaliseren van het onderwijs wordt hiermee bekrachtigd. Er wordt breed opgeleid en in het laatste traject kan de student zich verder specialiseren.
Gedurende het opleidingstraject loopt de student stage, binnen de HBO-V van Zuyd wordt er veel aandacht besteedt aan de stageplekken. In samenspraak met het werkveld zijn er leerafdelingen ontwikkeld, deze leerafdelingen worden gerund door en met studenten. Het gediplomeerd personeel stuurt en kijkt mee langs de zijlijn (coach), maar de zorg wordt verwezenlijkt door de studenten.
Deze sterke punten van de HBO-V van de Zuyd Hogeschool worden ook zo benoemd in het accreditatie rapport van de NVAO.

Weaknesses / Zwakten

De interne zwakke punten van de HBO-V van Zuyd Hogeschool zijn:
Binnen het gebouw van Zuyd Hogeschool zijn er veel kleine ruimten (klaslokalen), het zou wenselijk zijn dat er meer open ruimten komen waar studenten gezamenlijk gebruik van kunnen maken. De beschikbare ict voor studenten zijn ook beperkt. Studenten gebruiken op dit moment hun eigen laptop of tablet, wifi is wel aanwezig in het gehele gebouw.
De docenten die betrokken zijn bij de HBO-V zijn nog niet allen master opgeleid. Er zijn op dit moment wel al een aantal docenten bezig met de master opleidingen, maar eigenlijk zou in 2016 alle docenten master opgeleid moeten zijn, dit wordt waarschijnlijk niet gehaald.
De 21h century skills zijn wel gedeeltelijk aanwezig in het curriculum maar dit zal naar de toekomst toe meer prominent moeten zijn. Het krachtig neerzetten van de skills in het curriculum zou moeten leiden tot studenten die goed voorbereid zijn op de toekomst.
Het leren van studenten kan nu nog niet altijd en overal, studenten zijn afhankelijk van het negen tot vijf rooster van docenten.

Opportunities / Kansen

De externe kansen voor de HBO-V van Zuyd Hogeschool zijn:
Het uitbreiden van het gebruik van nieuwe media in het curriculum, zodat de autonomie van de student bevorderd wordt is zeker een kans binnen de HBO-V van Zuyd Hogeschool. Er worden al kleine stappen gezet met het gebruik van face-book pagina's, weblectures, het aanbieden van leerstof via een elektronische werkomgeving, maar dit kan nog verder uitgebreid worden.
Het anders indelen van de locatie, zodat leren meer samen kan en met behulp van tools en nieuwe media. Zodat er als het ware OLO's (open leeromgevingen) ontstaan. Waarin ook de samenwerking tussen de studenten positief beïnvloedt kan worden.
Learning community’s op de werkplek van de student verder uitbreiden. Nu zijn de leerafdelingen gestart, maar in de toekomst zou een samensmelting tussen werken en leren een nog prominentere rol kunnen hebben. De dagelijkse praktijk van de verpleegkundige dient op de voorgrond te staan, waarbij een integratie ontstaat tussen theorie en praktijk.

Threats / Bedreigingen

De externe bedreigingen voor de HBO-V van Zuyd Hogeschool zijn:
Beperkingen van het gebouw, opzet en indeling moet echt anders. De indeling zorgt nu voor weinig ruimte voor samenwerking van studenten.
Weerstanden bij docenten om de nieuwe media te implementeren zullen door middel van begeleiding verminderd moeten worden. Het onderwijs echt anders in te richten, flippen the class room lijkt nu nog erg ver weg.
Individuele trajecten kosten meer aandacht, geld en coördinatie is dit mogelijk? Vaak lopen we nu tegen het feit aan dat het hebben van verschillende trajecten veel organisatie kost en daarom soms moeilijk te realiseren is. Met name als studenten vertragen in een individueel traject is het onderwijs duur en moeilijk te organiseren.

Confrontatiematrix

In onderstaande tabel worden sterkten en zwakten afgezet tegen kansen en bedreigingen.

Sterkten
Zwakten

Kansen




Welke sterkten kunnen we aanwenden om de kansen in de markt te benutten?
·       Bestaande portfolio verder uitbreiden.
·       De kracht van de bestaande individuele trajecten benutten.
·       De leerafdelingen zijn een mooi vertrekpunt voor het praktijk leren uit te breiden.


Welke zwakten moeten worden aangepakt om te voorkomen dat we kansen niet benutten?
·       Het inbedden van de 21st century skills in het curriculum.
·       Meer mogelijkheden creëren voor open onderwijs dat op flexibele tijden beschikbaar is voor de student.
·       Open leeromgevingen creëren, waarin plek is voor de nieuwste media.

Bedreigingen




Welke sterkten kunnen we aanwenden om bedreigingen te weerstaan?
·       Veel docenten zijn master opgeleid en hebben binnen onderwijskunde nieuwe innovatieve ideeën opgedaan die ze kunnen inzetten.
·       Er zijn mooie vertrekpunten om meer innovaties aan te gaan zoals: de individuele trajecten, portfolio, EVC.
Welke zwakten zorgen ervoor dat we extra benadeeld worden door bedreigingen?
·       Het gebouw is ingedeeld op “ouderwets” onderwijs, veel kleine ruimten.
·       Weerstand bij de docenten om onderwijs echt anders in te richten, denk aan flexibiliteit in tijden.
·       Is er geld beschikbaar? Om zaken mogelijk te maken?

Conclusies en aanbevelingen

Op basis van de analyse kom ik tot de volgende conclusies en aanbevelingen:
-  Er staat een curriculumvernieuwing voor de deur voor de opleiding HBO-V van Zuyd Hogeschool dit is een uitgelezen kans om een aantal zaken voor de toekomst mee te nemen. Het inbedden van de 21st century skills in het curriculum kan al van start gaan. Werkplekleren en het portfolio van de student een meer prominentere plek in het curriculum geven.
- Binnen Zuyd Hogeschool is men gestart met het anders indelen van het gebouw, per faculteit worden er nieuwe keuzes gemaakt en het gebouw stapsgewijs aangepast. Voor onze faculteit zou een aantal OLO's zeer wenselijk zijn. Met aangepaste ict en de uitstraling van een ontmoetingsplek voor studenten.
-   Het professionaliseren van docenten zal een positieve invloed hebben op het invoeren van innovaties. Als docenten op de hoogte blijven van de nieuwste ontwikkelingen zal er een grotere motivatie zijn om dit ook in het onderwijs toe te passen.

Literatuur:

Schoot, T. (2011). Visie op onderwijs aan de HBO-V anno 2011, een student gericht leercontinuüm. Zuyd hogeschool. Heerlen.

zondag 1 maart 2015

scenario's 2030 Hbo

Scenarioplanning quest 2:


Een scenario plannen over hoe het Hbo er in 2030 uit gaat zien, dat is een moeilijke opgave. Er zijn veel onzekerheden omtrent onderwijs en hoe dit zich zal ontwikkelen in de toekomst. Echter dit loslaten en proberen een voorstelling te maken zou er voor moeten zorgen dat je meer nadenkt over de toekomst van het onderwijs en er dus ook beter op bent voorbereidt.

In de toekomst van het hoger beroepsonderwijs gaat er veel veranderen. Iedere HBO student heeft dadelijk een master opgeleide docent voor de klas staan. Alhoewel voor de klas staan, waarschijnlijk gaat de student van de toekomst de docent van de toekomst veel op beeldscherm zien. Via alle nieuwe mogelijkheden van de media is er een heel nieuw terrein te gebruiken in het onderwijs. Is het onderwijs dadelijk nog wel afhankelijk van een gebouw/locatie? Of kan de student onderwijs volgen in zijn eigen tijd op zijn eigen manier? Veel vragen en het nadenken hierover brengt tegenstrijdige gevoelens met zich mee. Mijn eigen denkkader moet worden uitgebreid. Ik ben ook een "ouderwets geschoold" mens, dat nog steeds vast houdt aan bepaalde waarden en normen van het onderwijs. De vraag is ook is dit slecht of is dit juist goed? Moeten we kaders helemaal loslaten om de toekomst helder voor ogen te krijgen of hebben ervaringen uit het verleden ook een plek in de toekomst?

In de komende 4 scenario’s zal ik de toekomst voorspellen aan de hand van het scenariosjabloon wat wij eerder  met ons leerteam hebben opgesteld. In dit sjabloon kan men de drijvende krachten van de toekomstscenario’s terug zien:
                                  
Scenario 1:

Levenslange zin in leren!

In 2030 is het leren niet meer gebonden aan leeftijd of levensfasen, het is een continu proces dat verweven zit in het leven van de mens anno 2030. Het proces van leren wordt in de maatschappij als belangrijk gezien (Rijksoverheid, 2014). Hogere beroeps specifieke opleidingen zijn ontmoetingsplaatsen voor jong en oud, waarin men met Open LeerOmgevingen (OLO’s) werkt. Waar het aanbod van tools en informatiebronnen ontzettend groot is (Wilson 1995).  Al het onderwijs wat je volgt heeft geen vaste studieduur, er zijn steeds weer nieuwe modules tot je beschikking. Voor het behalen van modules kan je credits behalen. Het is een individueel traject dat afgestemd is op jouw tempo en op jouw leerbehoefte. De persoonlijke coach die vroeger docent genoemd werd is te allen tijde beschikbaar voor je als lerende. Deze coach is een hoog opgeleide professional die je kan begeleiden op je weg in het volgen van onderwijs. Je kan altijd en overal inloggen om je coach te spreken. Het leren is niet meer afhankelijk van plaats of locatie.  Door een digitaal portfolio dat wordt aangemaakt bij de geboorte kan de lerende gevolgd worden in zijn proces van leren en het opdoen van ervaringen. Deze ervaringen en kennis kunnen middels een EVC app worden omgezet in nieuwe credits voor je portfolio. Het portfolio vervangt de diploma’s van vroeger en is internationaal een tool om je competenties aan te tonen.

Scenario 2:

Praktijkgericht leren

Het hoger beroeps specifiek onderwijs van 2030 is specialistisch en vakmatig. Het is een studietraject dat is afgestemd op het individu en recht doet aan de vragen van de beroepspraktijk. Door de complexiteit van de beroepspraktijk is er steeds meer vraag naar bekwame vakmensen op een hoog niveau. Het leren vindt plaats in de beroepspraktijk, het zogenaamd werkplekleren. Hierbij is feedback die de lerende krijgt op zijn handelen een krachtig leermechanisme. Waarbij er wordt gekozen voor feedback volgens het principe van: feed-up, feed-back en feed-forward (Hattie & Timperley, 2007). De docent-coach staat in nauwe verbinding met de werkbegeleider op de werkvloer, beiden sturen de lerende aan. Zij zorgen dat de lerende in staat wordt gesteld om te leren en te komen tot competenties die in het beroep nodig zijn.
De kenniseconomie heeft veel hoog opgeleide professionals nodig die in het werkveld de snel opvolgende veranderingen en complexiteit het hoofd kunnen bieden (HBO-Raad, 2002). De beroep specifieke competenties staan centraal in het leren van een beroep. Ook de 21th century skills zijn belangrijk en worden op de werkplek getoetst.

Scenario 3:

Samen zorgen voor kwaliteit

Leren  in het Hbo vindt plaats in een vaste structuur, met oog voor kwaliteit. Kwaliteitsborging door middel van hoogopgeleide leraren die de rol vervullen van coach en de lerenden begeleiden op hun onderwijspad. Ook worden de prestaties van Hbo’s gevolgd, waardoor Hbo’s zich gestimuleerd voelen om goede prestaties te leveren, het aantal super excellente Hbo’s stijgt. De landelijke Hbo-toetsbank zorgt ervoor dat de kwaliteit van toetsing gewaarborgd wordt.
Hierdoor kan het opleiden van innovatieve beroepsprofessionals plaatsvinden. De relatie tussen onderwijs, onderzoek en beroepenveld is belangrijk (Onderwijsraad, 2014). Onderzoek staat centraal binnen de Hbo’s.
In het Hbo zijn de 21 th century skills een rode draad in het curriculum. De focus wordt gelegd op het samenwerken, sociale culturele vaardigheden en communicatie. Het samenwerkend leren is belangrijk. Waarbij de positieve impact van het samenwerkend leren op: kennisconstructie, leerhouding, motivatie, ontwikkelen van sociale vaardigheden en het ontwikkelen van metacognitie een reden is om dit te implementeren in het Hbo van 2030 (Johnson &Johnson, 1996).  Het samenwerken past bij de lerende van 2030 die zijn sociale netwerk belangrijk vindt. Het interacteren met de omgeving, wordt door de generatie Einstein aangeven als de belangrijkste waarde in het leven (Boschma & Groen, 2012). Voor het samenwerken wordt er gebruik gemaakt van Open LeerOmgevingen (OLO), waar lerenden samenwerken en elkaar ondersteunen in een omgeving die een variatie aan tools en informatiebronnen ter beschikking stelt (Wilson, 1995). Deze olo’s worden ingericht passend bij de ontwikkelingssituatie van de lerenden, met voldoende uitdaging zodat er gedifferentieerd kan worden in het niveau waar de lerende aan toe is. Ook het gebruik maken van scaffolding kan ervoor zorgen dat de lerende steeds weer een uitdaging kan vinden in het volgen van het onderwijs. Het aanbod van tools en informatiebronnen wordt steeds weer aangepast aan de nieuwste ontwikkelingen. Olo’s zijn zeer succesvol in het onderwijs, het ondersteunt de kennisconstructie van lerenden (Valcke, 2010). Zo kan er recht worden gedaan aan de vele eisen die gesteld worden aan toekomstige professionals vanuit de maatschappij in 2030.

Scenario 4:

Participeren doe je samen

de participatiemaatschappij is een feit in 2030. voor iedereen is het mogelijk om een hogere beroeps specifieke opleiding te volgen, de overheid faciliteert dit samen met de werkgevers. het leren is een continu proces, er worden steeds nieuwe modules aangeboden. je kan credits behalen voor ervaringen en modules die je behaald. de credits die behaald worden kunnen opgenomen worden in het portfolio dat voor elke lerende is aangelegd. de 21th century skills die in het leren centraal staan bereiden de lerende voor op een maatschappij waar je samen zorgt voor de toekomst. het samenwerken en communiceren zijn pijlers waar het om draait in het hbo.  zo wordt er gezorgd voor beroepsprofessionals die klaar zijn voor de beroepspraktijk en de participatiemaatschappij (hbo-raad, 2002). de docent is een hoogopgeleide coach die je stimuleert in de samenwerking processen die je in de beroepspraktijk en de leeromgeving nodig hebt.
Literatuur:

Boschma, J.& Groen, I. (2012). Generatie Einstein: slimmer sneller en socialer. Pearson Amsterdam.

Hattie, J. & Tmperley, H. (2007). The power of feedback. Review Of educational research, 77.

Hbo-raad (2002). HBO-raad Jaarcongres 2002: DE STUDENT IS KONING?

Johnson, D. W. & Johnson, R.T. (1999). Cooperative learning. Theory into practice, 38(2), 67-73

Onderwijsraad. (2014). Meer innovatieve professionals. Den Haag: Author.

Rijksoverheid. (2014). Kabinet grijpt in bij leven lang leren. Op 25 februari opgehaald van http://www.rijksoverheid.nl/nieuws/2014/10/31/kabinet-grijpt-in-bij-leven-lang-leren.html

Valcke, M. (2010). Onderwijskunde als ontwerpwetenschap. Academia press Gent

Wilson, B. (1995). Metaphors for instruction: Why we talk about learning environments. Educational Technology. September –October issue, 25-30